Actief, kritisch en betrokken



Hulp bij acties

Spreekrecht burgers


Het spreekrecht is geregeld in Artikel 22 van het Reglement van Orde
 

Artikel 22 Spreekrecht burgers
 

1. Burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij voorafgaand aan het agendapunt in.
 
2. Het woord kan niet gevoerd worden over:
  a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
  b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
  c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
 
3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 32 uur voor de aanvang van de vergadering van de raad aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
 
4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
 
5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeeld de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes insprekers zijn. De voorzitter kan na overleg met de gemeenteraad in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
 
6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
 
 
 
 
 

Bert Hoevenberg - Webdesign