| 1. |
Burgers kunnen
gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
geagendeerde onderwerpen. Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht
over een geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij voorafgaand aan het
agendapunt in.
|
| 2. |
Het woord kan niet
gevoerd worden over: |
| |
a. |
een besluit van het
gemeentebestuur waartegen een bezwaar en beroep openstaat of heeft
opengestaan; |
| |
b. |
benoemingen, keuzen, voordrachten
of aanbevelingen van personen; |
| |
c. |
een gedraging waarover een klacht
ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden
ingediend.
|
| 3. |
Degene die van het
spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 32 uur voor de aanvang
van de vergadering van de raad aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn
naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
voeren.
|
| 4. |
De voorzitter geeft
het woord op volgorde van aanmelding. De inspreker kan in twee termijnen het
woord voeren. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
belang is van de orde van de vergadering.
|
| 5. |
Elke spreker krijgt
maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeeld de spreektijd
evenredig over de sprekers als er meer dan zes insprekers zijn. De
voorzitter kan na overleg met de gemeenteraad in bijzondere gevallen
afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
|
| 6. |
De spreker voert het
woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid
doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
|